Uit de algemene principes en aannames van de klassieke testtheorie volgt voor de toevallige meetfout E van test A dat deze ... een positieve correlatie (rET > 0) heeft met de ware score T. samenhangen met de toevallige meetfout van een andere test B. van een getest persoon zowel positief als negatief kunnen zijn. de ongewenste systematische invloeden op de testprestatie weergeven.
Question
Uit de algemene principes en aannames van de klassieke testtheorie volgt voor de toevallige meetfout E van test A dat deze ... een positieve correlatie (rET > 0) heeft met de ware score T. samenhangen met de toevallige meetfout van een andere test B. van een getest persoon zowel positief als negatief kunnen zijn. de ongewenste systematische invloeden op de testprestatie weergeven.
Solution
Volgens de klassieke testtheorie:
-
De toevallige meetfout E van test A heeft geen positieve correlatie met de ware score T. De meetfout en de ware score zijn onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat de meetfout geen invloed heeft op de ware score en vice versa.
-
De toevallige meetfout van test A zou niet moeten samenhangen met de toevallige meetfout van een andere test B. Dit komt omdat de meetfouten van verschillende tests onafhankelijk van elkaar zouden moeten zijn.
-
De toevallige meetfout van een getest persoon kan zowel positief als negatief zijn. Dit betekent dat de daadwerkelijke score van een persoon hoger of lager kan zijn dan de gemeten score.
-
De toevallige meetfout geeft niet de ongewenste systematische invloeden op de testprestatie weer. Systematische fouten zijn consistent en beïnvloeden de testprestatie op een voorspelbare manier, terwijl toevallige fouten willekeurig en onvoorspelbaar zijn.
Similar Questions
In een onderzoek naar persoonlijkheidsprofielen meet men de kenmerken vicieuze gedragscirkels en competent functioneren met valide tests. Voor het vergelijken van scores op beide tests willen de onderzoekers de ruwe scores transformeren naar z-scores. Bekend is dat het kenmerk vicieuze gedragscirkels in de populatie linksscheef verdeeld is en het kenmerk competent functioneren normaalverdeeld.In deze situatie is de transformatie naar z-scores ...geen correcte transformatie; percentielscores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.geen correcte transformatie; transformatie naar T-scores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.geen correcte transformatie; transformatie naar ware scores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.een verstandige transformatie; de z-scores maken een vergelijking van de testscores zeer goed mogelijk.
Een onderzoeker heeft de opdracht gekregen een test te ontwikkelen die leidinggevende kwaliteiten zou moeten voorspellen. Bij de constructie van de test gaat de onderzoeker als volgt te werk. Na de opstelling van een aantal testvragen vergelijkt hij deze vragen met een opsomming die door experts is gegeven over eigenschappen waaraan leidinggevende personen wel of niet moeten voldoen.Om wat voor soort validiteit gaat het hier? Indruksvaliditeit (face validity) Inhoudsvaliditeit (content validity) Criteriumvaliditeit (criterion validity) Begripsvaliditeit (construct validity)
In de behoeften piramide van Maslow is de zelfactualisatie de ultieme behoefte. Stel dat een test voor het meten van de behoefte aan zelfactualisatie betrouwbaar is. Over de validiteit van de test is nog weinig bekend.Welke van de onderstaande kenmerken van de test is relevant voor de beoordeling van de validiteit van deze test?De mate waarin consistent gemeten wordt.De grootte van de toevallige meetfout.De grootte van de systematische meetfout.De reproduceerbaarheid van de testresultaten.
Wat is een methode om de interne validiteit in kwalitatief onderzoek te vergroten?Het manipuleren van de onafhankelijke variabeleHet vermijden van triangulatieHet toepassen van een member checkHet toepassen van een longitudinaal onderzoeksontwerp
Een onderzoeker ontwerpt dertig opdrachten over de kennis van DIEREN en PLANTEN. Aan uitwerking van de opdrachten door leerlingen kent de onderzoeker een score toe tussen de 1 (zeer slecht) en de 10 (zeer goed). Uit een factoranalyse van de scores van 600 leerlingen op de dertig opdrachten resulteren de volgende eigenwaarden voor de eerste zes factoren: 12.0, 8.0, 1.5, 1.2, 0.6 en 0.5.Hoeveel factoren kies jij wanneer je inhoudelijke argumenten combineert met de informatie over de eigenwaarden?
Upgrade your grade with Knowee
Get personalized homework help. Review tough concepts in more detail, or go deeper into your topic by exploring other relevant questions.