A. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony MnO4- ,a redukcji - jony SO3 2-B. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony SO3 2-, a redukcji-jony MnO4-C. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony SO3 2- , a redukcji-jony SO4 2-D. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony MnO4- , a redukcji-jony SO4 2-
Question
A. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony MnO4- ,a redukcji - jony SO3 2-B. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony SO3 2-, a redukcji-jony MnO4-C. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony SO3 2- , a redukcji-jony SO4 2-D. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony MnO4- , a redukcji-jony SO4 2-
Solution
Przykro mi, ale nie podałeś żadnego pytania. Powyższe zdania wyglądają na odpowiedzi do pytania, ale bez kontekstu pytania, nie mogę udzielić Ci odpowiedzi. Proszę podać pytanie, na które chcesz uzyskać odpowiedź.
Similar Questions
Podczas przebiegu opisanego doświadczeniaA. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony MnO,, a redukcji-jony 50B. w obu probówkach utlenianiu ulegają jony 50%, a redukcji-jony MnOC. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony SO,, a redukcji-jony 50D. w jednej z probówek utlenianiu ulegają jony MnO., a redukcji-jony 50
Bahan dibawah ini bersifat sebagai konduktor listrik, kecuali...1.Tembaga2.Silikon3.Emas4.GermaniumQuestion 2Select one:semuanya benar(1), (2), dan (3) benarhanya (4) yang benar(2) dan (4) benar(1) dan (3) benar
Kirjoita sanat ruotsiksi! opinnot Vastaus 1 Kysymys 1opiskella Vastaus 2 Kysymys 1opiskelija Vastaus 3 Kysymys 1pääaine Vastaus 4 Kysymys 1sivuaine Vastaus 5 Kysymys 1yliopistossa Vastaus 6 Kysymys 1oppia Vastaus 7 Kysymys 1lukuvuosi Vastaus 8 Kysymys 1mekaniikan kurssi Vastaus 9 Kysymys 1perusopinnot Vastaus 10 Kysymys 1
Lees de tekst. Benoem de onderstreepte woorden in het fragment. Gebruik de afkortingen.Kies uit ...lidwoord (lw) – bijvoeglijk naamwoord (bvn) – zelfstandig naamwoord (znw) – voorzetsel (vz) – werkwoord (ww) – bijwoord (bijw) – persoonlijk voornaamwoord (p vnw) – bezittelijk voornaamwoord (b vnw) – wederkerend voornaamwoord (w vnw)A10puntenIk zit in de tram in Amsterdam . Tegenover me zit een in leer geklede jongen met een punkkapsel. Ik kijk volgens hem te lang , want hij bijt me toe: 'Heb ik wat van je aan?' Ik staar uit het raam en denk: dat moet ik onthouden .Een paar maanden later gebeurt mij hetzelfde. Een nogal vieze man zit mij in de tram steeds aan te staren. Ik herinner me die zin en zeg: 'Heb ik iets van u aan?'Hij reageert onmiddellijk : 'Nee, u hebt mijn maat niet!'Bron: A. Ribbens (red.), De dikke ik (bewerkt)Er is geen antwoord opgeslagenVorigeOpslaan en volgende
Lees de tekst. Benoem de onderstreepte woorden in het fragment. Gebruik de afkortingen.Kies uit ...lidwoord (lw) – bijvoeglijk naamwoord (bvn) – zelfstandig naamwoord (znw) – voorzetsel (vz) – werkwoord (ww) – bijwoord (bijw) – persoonlijk voornaamwoord (p vnw) – bezittelijk voornaamwoord (b vnw) – wederkerend voornaamwoord (w vnw)A10puntenIk zit in de tram in Amsterdam . Tegenover me zit een in leer geklede jongen met een punkkapsel. Ik kijk volgens hem te lang , want hij bijt me toe: 'Heb ik wat van je aan?' Ik staar uit het raam en denk: dat moet ik onthouden .Een paar maanden later gebeurt mij hetzelfde. Een nogal vieze man zit mij in de tram steeds aan te staren. Ik herinner me die zin en zeg: 'Heb ik iets van u aan?'Hij reageert onmiddellijk : 'Nee, u hebt mijn maat niet!'Bron: A. Ribbens (red.), De dikke ik (bewerkt)Er is geen antwoord opgeslagenVorige
Upgrade your grade with Knowee
Get personalized homework help. Review tough concepts in more detail, or go deeper into your topic by exploring other relevant questions.